Autodeuren in de EU moeten in noodgevallen mechanisch van zowel binnen als buiten open kunnen. Dat staat in een standpunt dat drie commissies van het Europees Parlement woensdag hebben aangenomen. Op 4 november 2026 steunden de commissies Milieu, Interne Markt en Vervoer de „auto-omnibus”, een pakket dat de Europese voertuigregels vereenvoudigt, met 105 stemmen tegen 39 en 21 onthoudingen.
De deureis stond niet in het voorstel van de Commissie van december 2025. De commissies hebben hem toegevoegd, samen met een systeem dat de aanwezigheid van kinderen detecteert in personenauto's en bestelwagens tot 3,5 ton en dat blijft werken nadat het voertuig is uitgeschakeld of afgesloten.
Waarom de deurregel belangrijk is voor Tesla
De deuren van Tesla openen elektrisch. In een Amerikaans defectverzoek werd betoogd dat de handmatige noodontgrendeling verstopt zit, geen label heeft en in paniek moeilijk te vinden is. Tesla liet in juni weten dat het zowel de binnen- als de buitenhendels opnieuw ontwerpt. China gaat nog verder: volgens de conceptregels daar worden volledig verzonken deurhendels op nieuwe auto's vanaf 2027 verboden.
De tekst van het Parlement stuurt de EU dezelfde kant op. Het persbericht vermeldt niet wanneer de eis zou ingaan of hoe de ontgrendeling precies moet werken.
Geautomatiseerd rijden en laden
De commissies willen ook wederzijdse erkenning van nationale vergunningen voor het testen en inzetten van geautomatiseerde voertuigen, met geharmoniseerde minimumeisen, zodat een toestemming uit de ene lidstaat ook in andere lidstaten geldt. Onder die categorie vallen bestuurderloze robotaxi's zoals de Cybercab, waarmee Tesla vanaf 5 november vanuit Zürich een tour door Europa maakt.
Tesla Assisted Driving, het systeem onder toezicht dat voorheen FSD heette, wordt per land goedgekeurd, en in oktober werd Letland het tiende EU-land dat het toeliet. Het gaat om een rijhulpsysteem, niet om een geautomatiseerd voertuig, en het persbericht zegt niet of zulke goedkeuringen onder de regeling zouden vallen.
Wat laden betreft zou de Commissie uiterlijk 31 december 2027 technische eisen moeten vaststellen, zodat elektrische auto's en plug-inhybrides goed samenwerken met de laadinfrastructuur en het elektriciteitsnet.
Klein, efficiënt en gemaakt in de EU
De commissies willen een categorie „kleine elektrische voertuigen” invoeren: personenauto's tot 4,2 meter lang die in de EU zijn gemaakt. Daarnaast zouden „zeer efficiënte elektrische voertuigen” worden gedefinieerd als in de EU gemaakte auto's die aan strenge drempels voor energieverbruik voldoen. Beide zouden in aanmerking komen voor gerichte steun en voor supercredits, die in de aparte herziening van de CO2-normen worden geregeld. Wat „Made in the EU” precies inhoudt, moet nog worden vastgelegd in de Industrial Accelerator Act.
Zowel de Model 3 als de Model Y is te groot voor de eerste categorie. Van de twee wordt alleen de Model Y in de EU gebouwd, in Grünheide; de Model 3 die in Europa wordt verkocht, komt uit Shanghai. Het persbericht noemt de efficiëntiedrempels niet.
Voor plug-inhybrides die in de EU zijn gemaakt, blijft de huidige methode voor het berekenen van de CO2-uitstoot tot eind 2029 gelden. Vanaf 2030 zou die methode elk jaar worden bijgewerkt op basis van gegevens uit de praktijk.
Hoe nu verder
Dit is het standpunt van de commissies, geen wet. Het voltallige Parlement stemt naar verwachting tijdens de plenaire vergadering van december 2026 over zijn onderhandelingsmandaat en moet daarna met de EU-regeringen tot een definitieve tekst komen. Volgens de Commissie zou het pakket de industrie, burgers en overheden samen 706 miljoen euro per jaar besparen.