Tesla is begonnen met het uitrollen van een firmware-update naar zijn Mobile Connector — de draagbare laadkabel die als accessoire wordt meegeleverd en niet als onderdeel van de auto. Eigenaren zien de update binnenkomen zonder erom te hebben gevraagd, en zonder enige gepubliceerde uitleg over wat hij doet.

Hoe de update bij de kabel terechtkomt

Het afleveringsmechanisme is het interessante deel. Een Mobile Connector heeft geen eigen netwerkverbinding, dus levert de auto die. Het voertuig downloadt het firmwarepakket via zijn eigen internetverbinding terwijl het aan de connector hangt, en zet het daarna direct over naar het apparaat. In de woorden van de berichtgeving: “het voertuig fungeert als tussenpersoon”.

Van de eigenaar wordt niets gevraagd. Er is geen handmatige installatie en geen herstart nodig — op het scherm van de auto verschijnt simpelweg een melding dat er een update van de laadconnector wordt uitgevoerd, en het proces rondt zichzelf af.

Wat Tesla niet heeft gezegd

Tesla heeft voor deze update geen release notes en geen versienummer gepubliceerd, en dat gat verdient het om gewoon benoemd te worden in plaats van opgevuld. Wat de firmware verandert, is op het moment van schrijven onbekend.

De aannemelijke kandidaten zijn de gebruikelijke voor een apparaat van dit type — thermisch beheer, het communicatieprotocol tussen de connector en de boordlader, of de foutafhandeling rond onverwachte onderbrekingen van het laden. Dat zijn onderbouwde vermoedens, geen bevestigde inhoud, en er is geen gedragsverandering gemeld die voor de eigenaar zichtbaar is.

De berichtgeving tot nu toe bevestigt dat het om Gen 2 Mobile Connectors gaat. Of andere hardwareversies er ook bij horen — met name de Gen 3 Mobile Connector met PowerShare-functionaliteit — blijft onduidelijk.

Waarom het uitmaakt, vooral voor Europese eigenaren

Firmware in een laadkabel klinkt als een technisch detail, totdat je bedenkt wat die kabel eigenlijk is. Een Mobile Connector onderhandelt met de auto over de maximale laadstroom, houdt zijn eigen temperatuur in de gaten en schakelt de stroom uit als er iets mis is. Het is een veiligheidsapparaat met aan elke kant een stekker, en het is precies het stuk laadhardware waar de meeste eigenaren in de praktijk het minst zorgvuldig mee omgaan: opgerold in een frunk, over het grind gesleept, in stopcontacten van sterk wisselende kwaliteit geprikt.

Dat laatste punt weegt in Europa zwaarder dan in Noord-Amerika. Europese Mobile Connectors eindigen aan de autozijde in een Type 2-stekker en werken aan de wandzijde met verwisselbare adapters, wat betekent dat hetzelfde exemplaar correct moet functioneren op een hele reeks huishoudelijke en industriële contactdozen en installatienormen. De logica voor temperatuurbeheer en foutafhandeling heeft in die omgeving meer werk te doen, en juist bij gewone stopcontacten treden laadverliezen en warmteontwikkeling op — zoals de metingen van de ADAC aan laden via een wallbox versus een stopcontact lieten zien.

Het bredere patroon is wat je moet onthouden. Tesla werkt de auto voortdurend bij; de accessoires vrijwel nooit. Een zeldzame firmware-update voor een kabel wijst óf op een oplossing die stil uitgerold mag worden, óf op de voorbereiding van iets waarvoor nieuw gedrag van de connector nodig is. Zonder release notes is niet te zeggen welke van de twee het is, en eigenaren kunnen niets anders dan een update accepteren die ze niet kunnen inspecteren — een kleine illustratie van wat autobezit met OTA-updates in de praktijk inhoudt.