In de eerste helft van 2026 kostte het thuisladen van een auto in Duitsland gemiddeld 36 eurocent per kilowattuur, en in Noorwegen en Slowakije net geen 20. Dat blijkt uit de stroomprijzen voor huishoudens die Eurostat op 30 oktober 2026 publiceerde. Daarin komt het EU-gemiddelde, inclusief belastingen en heffingen, uit op €0,2832 per kWh. Dat is 2,2% lager dan in de tweede helft van 2025, maar volgens Eurostat nog altijd ruim boven het niveau van vóór de energiecrisis van 2022. Belastingen en heffingen maakten 28,4% van de gemiddelde rekening uit, tegen 28,9% in het halfjaar daarvoor.

Voor een Tesla-rijder die vooral op de oprit of in de garage laadt, is het landelijke cijfer het cijfer dat telt, en de verschillen zijn groot. Van de tien onderstaande markten is Duitsland met €0,3618 het duurst en Slowakije met €0,1985 het goedkoopst.

Europa, markt voor markt

De tabel gaat uit van de standaardcategorie voor huishoudens van Eurostat: 2.500 tot 4.999 kWh per jaar. Veranderingen staan in nationale valuta, zoals Eurostat ze rapporteert. Daarom daalde de prijs in Noorwegen in kronen, terwijl die in euro licht steeg. De laatste kolom is een rekenvoorbeeld: een auto die 18 kWh per 100 km uit het stopcontact haalt, laadverliezen inbegrepen, en 15.000 km per jaar rijdt. Dat komt neer op 2.700 kWh.

Markt H1 2025 (€/kWh) H1 2026 (€/kWh) Verandering, nationale valuta 15.000 km thuis geladen
Duitsland 0,3835 0,3618 -5,7% €977
Italië 0,3291 0,3142 -4,5% €848
Zweden 0,2654 0,3062 +12,2% €827
Polen 0,2559 0,2999 +17,5% €810
Tsjechië 0,3179 0,2884 -11,8% €779
Spanje 0,2612 0,2509 -3,9% €677
Frankrijk 0,2671 0,2485 -7,0% €671
Nederland 0,2385 0,2440 +2,3% €659
Noorwegen 0,1986 0,1993 -3,9% €538
Slowakije 0,1887 0,1985 +5,2% €536
EU-gemiddelde 0,2879 0,2832 -1,6% (in euro) €765

Waar het steeg en waar het daalde

Van deze markten kende Polen de sterkste stijging: 17,5% in złoty, tot gemiddeld 1,27 zł per kWh. Zweedse huishoudens betaalden 12,2% meer in kronen. Tsjechische huishoudens betaalden 11,8% minder in kronen, Franse 7,0% minder. In de hele EU zag Eurostat de sterkste stijgingen in Roemenië (+51,6%), Ierland (+19,8%) en Finland (+18,4%), en de sterkste dalingen in Denemarken (-31,7%) en Luxemburg (-24,1%).

Uitgedrukt in koopkrachtstandaarden, die corrigeren voor het prijsniveau in elk land, hadden Roemenië (46,9 per 100 kWh), Polen (41,1) en Tsjechië (34,3) de duurste stroom voor huishoudens in de EU. Volgens die maatstaf weegt thuisladen zwaarder voor Poolse en Tsjechische rijders dan voor Duitse.

Een groter huishouden betaalt meestal minder per kWh

Als een huishouden in de standaardcategorie er 2.700 kWh aan laadstroom bij krijgt, kan het in de volgende categorie van Eurostat terechtkomen: 5.000 tot 14.999 kWh per jaar. Die categorie is in negen van de tien markten goedkoper per kWh: €0,3214 in Duitsland, €0,2442 in Zweden, €0,2244 in Tsjechië en €0,1315 in Noorwegen. Nederland is de uitzondering, met €0,2530 tegenover €0,2440.

Vergeleken met openbaar laden

In Italië kwam het gemiddelde openbare snellaadtarief in het prijsonderzoek van september van Adiconsum en TariffEV uit op €0,74 per kWh, meer dan het dubbele van de €0,3142 die Italiaanse huishoudens thuis betaalden. De Superchargers van Tesla waren het goedkoopst van alle snellaadnetwerken, vanaf €0,26 per kWh voor Tesla-rijders. Dat is minder dan de gemiddelde Italiaanse thuisprijs. In Polen kwam de prijsranking van oktober uit op een mediane piekprijs bij Superchargers van 1,90 zł per kWh voor Tesla-rijders en leden, ongeveer anderhalf keer de 1,27 zł die huishoudens thuis betaalden.

De cijfers van Eurostat zijn gemiddelden over alle tarieven van januari tot en met juni, inclusief netwerkkosten, belastingen en heffingen. Wie een tijdsafhankelijk of dynamisch tarief heeft, kan flink anders uitkomen, en de prijzen zijn sinds juni veranderd.